“Waarom krijg ik van die dikke kousen en heeft mijn buurvrouw mooie dunne?”
Het is een vraag die vaak gesteld wordt bij het aanmeten van therapeutische elastische kousen. Het antwoord heeft alles te maken met de medische indicatie en de werking van druk en weerstand.
Druk verwijst naar de hoeveelheid compressie die de kous uitoefent op het been. Deze druk loopt altijd af van de enkel naar boven, zodat het bloed en lymfevocht beter kunnen terugstromen.
Weerstand gaat over hoe stevig het materiaal is en hoeveel tegenkracht de kous kan bieden tegen het opkomende oedeem.
Wanneer de weerstand van de kous te laag is, wordt het vocht niet voldoende tegengehouden en blijft er oedeem ontstaan. Daarom hebben sommige cliënten dikkere, stevige kousen nodig, terwijl anderen genoeg hebben aan een dunnere variant.
Niet iedereen past in een standaardmaat.
Confectiekousen zijn geschikt voor mensen met goed gevormde benen die binnen de reguliere maten vallen.
Maatwerk kousen zijn noodzakelijk wanneer de maten afwijken, zodat druk en weerstand optimaal verdeeld worden.
De druk van een kous moet altijd aflopend zijn van beneden naar boven. Slecht passende kousen kunnen gaan knellen, wondjes veroorzaken of simpelweg oncomfortabel zitten. Dit vergroot de kans dat iemand de kous niet draagt, terwijl therapietrouw juist cruciaal is voor een goed resultaat.
Het verschil tussen dikke en dunne steunkousen komt niet door voorkeur of toeval, maar door de medische noodzaak. De combinatie van juiste druk en voldoende weerstand bepaalt of een therapeutische elastische kous effectief is. Alleen zo kan oedeem worden tegengegaan en het draagcomfort worden gewaarborgd.